Zie je al die talen? Wij vertalen de artikelen van Global Voices en maken zo burgermedia uit de hele wereld beschikbaar voor iedereen.

Wie wil het bewind van François Bozizé, president van de Centraal-Afrikaanse Republiek, omverwerpen?

Terwijl rebellen die zich verenigd hebben onder de naam Séléka (alliantie in de landstaal, het Sango) [ alle links - fr] zonder slag of stoot optrekken naar Bangui, de hoofdstad van de Centraal-Afrikaanse Republiek, vinden in de stad sinds 26 december 2012 demonstraties plaats waarbij geëist wordt dat de internationale gemeenschap en in het bijzonder Frankrijk moet ingrijpen om het oprukken van de rebellen te stoppen.

Capture d'écran - Reportage Al Qarra TV posté sur Youtube

Schermafdruk van de reportage van Al Qarra TV over de rebellen in Centraal-Afrika, gepost op Youtube

Wie zijn de rebellen

Begin december is Séléka aan zijn opmars in het land begonnen. Volgens Alain Lamessi, medewerker van de site Centrafrique Presse, gaat het om een samengeraapte groep zonder duidelijke politiek doel:

Séléka is een coalitie van diverse rebellengroepen, die al sinds enkele jaren het binnenland afschuimen (…). Geen duidelijke politieke lijn, geen structuur, geen duidelijke samenhangende ideologie, geen duidelijk geformuleerde eisen. Dit alles leidt tot de overtuiging dat Séléka is zijn huidige vorm geen geloofwaardig alternatief kan zijn voor het regiem van Bozizé.

In werkelijkheid gaat het voornamelijk om vier gewapende groepen die al jarenlang huishouden in het noorden en in het westen van het land, naargelang er opstanden zijn of vredesakkoorden met het centrale gezag. Een op de website  Centrafrique presse gepubliceerd communiqué dat ondertekend is door Séléka en dateert van 17 décember 2012, noemt drie van die groepen:

CPJP – Convention des Patriotes pour la Justice et la Paix van generaal  Noureldine Adam
CPSK – Convention Patriotique du Salut du Kodro geleid door generaal Dhaffane Mohamed Moussa
UFDR – Union des Forces Démocratiques pour le rassemblement onder leiding van Michel Djotodia, en gesteund door de rebellen van de FPR uit Tsjaad, waar we nog meer van zullen horen.

In dit  artikel wordt ook de laatste groep genoemd die tot de alliantie is toegetreden: de FDPC – Le Front Démocratique du Peuple Centrafricain van Abdoulaye Miskine.

De  eisen die de groep kort geleden heeft gesteld hebben vooral te maken met het feit dat een vredesakkoord dat in 2007 is getekend tussen de rebellen en de regering van president Bozizé volgens Séléka door de regering niet wordt nagekomen. Enkele van deze eisen zijn:

  • De legalisering van de 15 miljoen CFA franc per strijder volgens het met generaal François Bozizé gesloten akkoord, zodat de Centraal-Afrikaanse waardigheid niet langer besmet wordt door dit soort ongelukkige, maar toch legitieme eisen,
  • Het overeengekomen bedrag van 1 miljoen CFA franc per strijder dient zonder voorwaarden te worden betaald, het geld is beschikbaar gesteld, maar een deel ervan wordt nog vastgehouden door de minister van Defensie Jean Francis Bozizé
  • De onvoorwaardelijke teruggave van het goud, de diamanten, contant geld en andere zaken, die in 2008 door de regering zijn geroofd.
  • De vrijlating van alle politieke gevangenen zowel in Centraal-Afrika als in het buitenland,
  • De instelling van een onafhankelijke commissie, die onderzoek doet naar de walgelijke oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid die begaan zijn door een detachement van de presidentiële garde tegen de burgerbevolking in het dorp “Zakoumba” of Soukoumba en het in brand steken van woonhuizen en de centrale moskee in Akroub-soulback in Bamingui Bangoran.
In 2007 zijn de eerste twee vredesakkoorden getekend in Syrte in Libië, daarna in de stad Birao, 1080 kilometer ten noordoosten van Banqui, met de FDPC en de UFDR. Het Algemene Vredesakkoord, dat in mei 2008 in Libreville werd gesloten moest de weg openen naar een Omvattende Politieke Dialoog tussen de regering, de politieke partijen van de oppositie, de rebellen en maatschappelijke organisaties om tot een duurzame vrede te komen.
In bepaalde delen van het land waar zij zich bevonden zijn de rebellen beschuldigd van misdragingen. Het netwerk van journalisten voor de mensenrtechten in de Centraal-Afrikaanse Republiek ( RJDH-RCA) heeft samen met het agentschap Internews een Ushahidi platform ingesteld waar sinds 14 maart 2012 de crisisgebeurtenissen in het land geregistreerd worden. Sommige verslagen maken gewag van dergelijke beschuldigingen tegen de rebellen. Op 3 september 2012 bijvoorbeeld, hebben inwoners van de stad Sam-Ouadja zich beklaagd over bepaalde acties van de UFDR:
Twee vrouwen die werden verdacht van tovenarij hebben op 28 en 30 mei in Sam-Ouandja de dood gevonden na te zijn geslagen door elementen van de UFDR en twee andere vrouwen hebben dezelfde behandeling ondergaan, maar hebben het overleefd.

Op 11 september 2012 zijn 20 personen, die afkomstig waren uit de omgeving van Kabo in het noorden, beroofd door personen die vermoedelijk tot de FDPC behoorden.

De schaduw van het islamitisch fundamentalisme?

Twee namen lijken regelmatig op te duiken in verband met de rebellie die nu de hoofdstad van de Centraal-Afrikaanse Republiek nadert: die van Abdel Kader Baba-Laddé, voormalig lid van de strijdmacht van Tsjaad en die van de rebellenbeweging in Tsjaad waarvan hij lange tijd de leider was, het Front Populaire pour le Redressement (FPR). Volgens het artikel op het platform van de RJDH-RCA rekent de groep zich tot de islamistische beweging en wil deze alle islamistische groepen verenigen.

De grens tussen Tsjaad en Centraal-Afrika is poreus, daarom heeft de FPR de noordelijke en noord-oostelijke regio van Centraal-Afrika een tijdlang bezet kunnen houden. In september 2012 is er een akkoord getekend tussen Tsjaad, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Baba-Laddé om een eind te maken aan de rebellie en om de leider terug te kunnen laten keren naar zijn land Tsjaad. Hij zou er met alle égards zijn ontvangen volgens de RFI in dat artikel van 5 september. In een communiqué op 21 december 2012, verklaart de FPR echter op zijn blog dat zij Séléka volledig steunen:

De FPR, onze beweging die opereert in het grensgebied tussen Tsjaad en Centraal-Afrika verklaart ten overstaan van de nationale en internationale publieke opinie het volgende:
1-de FPR verklaart openlijk de oorlog aan de regering van Tsjaad vanwege diens directe actie tegen “SELEKA”, de coalitie van de Centraal-Afrikaanse opstand die niets anders eist dan de legitieme rechten van een volk dat vertrapt en gemarteld wordt door het regiem dat door Deby zelf aan de Centraal-Afrikaanse Republiek wordt opgelegd.
2-met ingang van heden steunt de FPR de coalitie van UFDR, CPJP en CPSK zowel politiek als militair met als doel de val van beide marionettenregiems.
3-de FPR verklaart hierbij ook dat zijn dappere revolutionaire strijders onverbiddelijk de aanval zullen openen op de stellingen van de militie van Deby waar zij zich in Tsjaad bevinden totdat Ndjamena in handen valt van de nieuwe revolutie.

Sommige Centraal-Afrikaanse autoriteiten vrezen eveneens een islamistische inval in deze regio van Afrika. De RJDH-RCA rapporteerde op 2 juli 2012 dat de minister van veiligheid en openbare orde refereerde aan de Nigeriaanse islamistische secte Boko Haram:

Tijdens een audiëntie met de zaakgelastigde van de Nigeriaanse ambassade en vertegenwoordigers van de Nigeriaanse gemeenschap in Centraal-Afrika op vrijdag 29 juni, wees Claude Richard Ngouandja, de minister van veiligheid en openbare orde  op het gevaar van de islamistische groep Boko Haram.

In verband met het toenemende gewelddadigheden van Boko Haram, riep de minister van veiligheid en openbare orde de uit Nigeria afkomstige aanwezigen op de wet te respecteren en vroeg hun te zorgen voor geldige verblijfsdocumenten voor de Centraal-Afrikaanse republiek.

Als dit inderdaad zo is, dan moeten we misschien vrezen voor een tweede islamistisch front ten zuiden van Tsjaad, wat tot gevolg zou kunnen hebben dat manoeuvreerrruimte van president Idriss Déby van het buurland Tsjaad, die al beperkt is door zijn betrokkenheid bij pogingen om de crisis in het noorden van Mali op te lossen, nog minder wordt.

Verdachte timing?

De akkoorden van 2008 hebben niet de gehoopte vrede gebracht. De omstreden herverkiezing van François Bozizé als staatshoofd in 2011 heeft niet bijgedragen aan herstel van de rust. Sommigen, zoals Alain Lamessi op Centrafrique Presse stellen vragen over de timing die de rebellen hebben gekozen om hun offensief tegen de hoofdstad van het land te beginnen waarmee ze de huidige president ten val willen brengen:

Is het toeval dat deze rebellie opkomt in het noorden en noord-oosten van het land op het moment dat het zoeken naar olie in Centraal-Afrika veelbelovende resultaten begint op te leveren?

Sinds enkele maanden is gestart met het uitgeven van vergunningen voor het zoeken naar olie. Africa Energy Intelligence, verklaarde volgens Centrafrique Presse in maart en april 2012 dat de Zuid-Afrikaanse maatschappij DIG Oil twee exploratiecontracten had toegekend gekregen en dat ook aan een Chinese maatschappij een dergelijke vergunning was verleend.

Sinds de vice-president van de universiteit van Nyala in het buurland Soedan, prof. Abbaker Ali Idris,  in augustus 2010 aankondigde dat er een Chinese universiteit gebouwd zou worden in Centraal-Afrika, was er al sprake van uitbreiding van de samenwerking met China. Op 13 november 2012 kondigde de Centraal-Afrikaanse regering aan dat het zoeken naar olie in het dorp Boromata, op 120 kilometer van Birao, zou worden hervat.

Frankrijk wordt gevraagd tussenbeide te komen 

Sinds 26 december 2012 vragen demonstranten die zich hebben verzameld voor de Franse ambassade in Bangui om hulp en interventie van Frankrijk om de opmars van de rebellen te stoppen. President François Bozizé heeft donderdag 27 december 2012 een soortgelijke oproep gedaan aan de VS en aan Frankrijk. Een stap die de nodige reacties heeft opgeroepen binnen de Afrikaanse twittosphere. Alain Kiana bijvoorbeeld denkt dat een dergelijke stap niet aan de orde is:

Het is belachelijk, als je je eigen huis niet op orde kunt houden, is het gemakkelijk om anderen de schuld te geven. De ondermaatse regering van #Bozize is verantwoordelijk.

Aaron W. M. vervolgt:

@Aarwan: #Bozizé  is geen democraat. Hij dankt zijn macht aan een staatsgreep tegen  #Patassé. Hij oogst wat hij gezaaid heeft.  #Centrafrique

Frankrijk heeft een defensie-overeenkomst met Centraal-Afrika. in 2006 hebben 200 Franse militairen van de in 2002 in het leven geroepen BOALI troepen luchtsteun verleend en steun gegeven aan de verdedigingslinies van de Centraal-Afrikaanse strijdkrachten (FACA) in de regio Birao. Dat staat te lezen op de site van het Franse ministerie van defensie:

In het licht van de veiligheids- en defensieverdragen tussen Frankrijk en de Centraal-Afrikaanse Republiek en op verzoek van de Centraal-Afrikaanse autoriteiten, hebben Franse militairen meermaals steun gegeven aan de Centraal-Afrikaanse strijdkrachten en aan de FOMUC, inlichtingen- en logistieke steun, luchtsteun, hulp bij het plannen en uitvoeren van operaties om het noord-westen van het land, bezet door gewapende rebellen, weer onder controle te krijgen.

 

De Franse staat heeft bij monde van president Hollande op donderdag 27 december laten weten dat zijn strijdkrachten niet daar waren om een regiem te beschermen, maar ter bescherming van Franse staatsburgers en eigendommen op Centraal-Afrikaans grondgebied.

Na een vergadering van de Economische Gemeenschap van Centraal-Afrikaanse Staten (CEEAC), die op 21 december plaatsvond in Ndjamena, de hoofdstad van Tsjaad, hebben de staatshoofden van de regio aangedrongen op het starten van onderhandelingen in Libreville in Gabon tussen de rebellen en  de Centraal-Afrikaanse machthebbers. Als die onderhandelingen worden gehouden en als president Bozizé dan nog steeds in functie is, zal hij dan het vliegtuig durven nemen en het land achterlaten in handen van de Séléka?

 

Start een discussie

Auteurs graag inloggen »

Regels

  • Alle reacties worden beoordeeld door een moderator. Verzend je reactie maar één keer, anders kan deze als spam worden gemarkeerd.
  • Wees respectvol tegen elkaar. Reacties met hatelijke opmerkingen, obsceniteiten en persoonlijke aanvallen worden niet goedgekeurd.